Adaptief leiderschap
Adaptief leiderschap
Voor adaptieve uitdagingen en voor adaptief leiderschap is er geen eenduidige, kopieerbare oplossing; best practices bestaan niet of werken niet.
Ronald Heifetz heeft op basis van jarenlang onderzoek wel een aantal principes gevonden die kenmerkend zijn voor adaptief leiderschap.
1.Adaptief leiderschap gaat over enerzijds meedoen in de verandering en vaak zelf ook veranderen, ‘on the dancefloor’; en anderzijds over afstand nemen en naar het veranderproces kijken, ‘on the balcony’. Er zijn vaardigheden voor te ontwikkelen, maar het betekent ook heel veel improviseren. Er is geen kant-en-klaar stappenplan voor te schrijven - tijdens de verandering wordt de verandering ontwikkeld, waarbij wordt ingespeeld op wat er op dat moment gebeurt.
2.Politiek speelt een belangrijke rol in adaptief leiderschap: medestanders vinden, samenwerken met tegenstanders, zorgen voor commitment. Het gaat over mensen motiveren en mobiliseren. Daarvoor moet je.
3.Adaptief leiderschap heeft zeker ook te maken met conflicten. Mensen kunnen verschillende meningen hebben over de adaptieve uitdaging en over de oplossingsrichting. Daarom is het belangrijk om een dialoog tussen conflicterende meningen te organiseren, om gezamenlijk tot nieuwe ideeën te komen en creatieve energie lost te maken. Dit vraagt om goede begeleiders, om de conflicten te kanaliseren en verschillende partijen bij elkaar te brengen.
4.Adaptief leiderschap vraagt van mensen dat ze zelf aan de slag gaan; het is niet (langer) de top die problemen kan oplossen, maar iedereen heeft een verantwoordelijkheid in de adaptieve uitdaging. Mensen moeten zelf de uitdaging onder ogen zien, hun overtuigingen en patronen doorbreken, ze moeten gezamenlijk tot oplossingen komen en hun gedrag veranderen. Een leider of manager kan dat niet voor hen doen en moet ook niet denken dat wèl te kunnen. Iedere medewerker moet verantwoordelijkheid nemen, en ook krijgen.
5.Adaptief leiderschap vraagt ook om volharding. Mensen, op alle niveaus in de organisatie, zullen alles doen om het pijnlijke werk van adaptieve verandering te vermijden, soms openlijk door te wijzen op andere urgente prioriteiten, door te komen met werkzaamheden die eerst moeten gebeuren; of ze laten conflicten hoog oplopen; of duiken onder in ander werk- in de hoop dat het wel weer overwaait. De taak van de leider is om mensen bij de taak te houden, om te blijven confronteren, om de onvermijdelijke conflicten in de hand te houden. Dit is een belangrijke, uiterst moeilijk en zeer onpopulaire rol.
Adaptieve uitdagingen vragen om een andere manier van kijken naar organisaties: niet top-down te besturen veranderingen, maar veranderingen van onderop en soms zelfs van buiten de organisatie, in interactie met andere partijen in de eigen keten of uit andere sectoren. Een organisatie wordt dan gezien als een complex geheel, met vele spelers die door samenwerking en interactie elkaar beïnvloeden en gezamenlijk nieuw gedrag voor de organisatie als geheel ontwikkelen. Hierbij zijn relaties tussen spelers in de organisatie en met spelers daarbuiten van groot belang om tot veranderingen te komen. Om adaptieve verandering te stimuleren zijn een aantal acties mogelijk:
•zorg voor voldoende variatie in de stuurvariabelen; voorkom dat er een comfortabele status quo ontstaat;
•organiseer kennisuitwisseling tussen verschillende mensen, teams en organisaties;
•zorg dat verschillende teams bij elkaar komen, waardoor er nieuwe verbanden ontstaan en mensen elkaar kunnen vinden om nieuwe tijdelijke teams te vormen voor een specifieke uitdaging;
•geef mensen ruimte om nieuwe relaties te ontwikkelen, binnen en buiten de organisatie;
•stimuleer diversiteit en breng mensen met diverse meningen bij elkaar ;
•voer de uitdaging en druk op door gezamenlijk een ambitieuze visie te definiëren, die maakt dat mensen uit hun comfort zone moeten komen;
•zorg dat iedereen op de hoogte is van deze visie en toegang heeft tot alle informatie die nodig is om oplossingsrichtingen te vinden;
•daag mensen uit om met nieuwe ideeën te komen;
•geef ruimte voor experimenten en zorg dat mensen met elkaar leren van deze experimenten.